Versterking positie lokale rekenkamers: verbeterruimte in afwachting van wetgeving

Versterking positie lokale rekenkamers: verbeterruimte in afwachting van wetgeving

en

Binnen de lokale democratie ondersteunt de rekenkamer de gemeenteraad bij het uitoefenen van zijn controlerende en kaderstellende rollen. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur en is op die manier een belangrijk onderdeel van het stelsel van checks and balances binnen het gemeentebestuur. Althans, zo stond dit de wetgever voor ogen. In de praktijk bestaat een grote variëteit in de wijze waarop lokale overheden de rekenkamerfunctie vormgeven en uitvoeren. Uit onderzoek is gebleken dat het rekenkamerwerk niet in alle gemeenten even goed uit de verf komt. Er bestaan grote verschillen in lokale rekenkamercultuur en -activiteit. Die verschillen zijn om voor de hand liggende redenen ongewenst: het is de bedoeling dat er in elke gemeente gedegen rekenkameronderzoek plaatsvindt. Om de positie en het functioneren van de decentrale rekenkamers te versterken is sinds eind 2019 een voorstel voor de Wet versterking decentrale rekenkamers aanhangig bij de Tweede Kamer. Vooruitlopend op de komst van nieuwe wetgeving stimuleert de minister van BZK alvast de revitalisering van de lokale rekenkamer met een inspiratiedocument om het bewustzijn van het belang van een goed functionerende rekenkamer te vergroten.

In dit blogbericht praten we u bij over de achtergronden en inhoud van het wetsvoorstel, de stand van zaken rondom de behandeling ervan en over de kort geleden door de minister van BZK gepubliceerde handreiking waarmee gemeenten al op korte termijn werk kunnen maken van verbetering van de effectiviteit van het functioneren van de rekenkamer en de samenwerking tussen rekenkamer en raad. Lees meer…

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

en

Sinds 1 juli 2013 geldt over de volle breedte van het bestuursrecht het relativiteitsvereiste in beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter (art. 8:69a Awb). Het relativiteitsvereiste moet voorkomen dat een besluit met succes wordt aangevochten vanwege schending van een rechtsregel, als die regel is bedoeld om anderen te beschermen dan degene die in beroep komt. Dat kwam vooral veel voor in omgevingsrechtelijke zaken waaraan concurrerende partijen en milieuorganisaties deelnemen. Ook buiten het omgevingsrecht is het relativiteitsvereiste niet zonder betekenis. Het relativiteitsvereiste laat zich echter niet eenvoudig toepassen. Het komt dan ook goed van pas dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 november 2020 een overzichtsuitspraak heeft gedaan. Lees meer…

Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen vergunningplicht voor woningonttrekking, mits goed gemotiveerd

Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen vergunningplicht voor woningonttrekking, mits goed gemotiveerd

Een vergunningplicht om een woning te mogen onttrekken aan de woningvoorraad met als doel deze woning te verhuren, valt onder de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. De Dienstenrichtlijn verzet zich echter niet tegen een dergelijke vergunningplicht als deze goed kan worden onderbouwd. Ditzelfde geldt voor de voorwaarden om de vergunning te verkrijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eis dat de woonruimte die wordt onttrokken elders wordt gecompenseerd. Het bestrijden van een tekort aan betaalbare huurwoningen vormt in dit verband een legitiem doel. Daarnaast is van belang dat de vergunningplicht of de voorwaarden zoveel mogelijk worden afgestemd op de lokale situatie, bijvoorbeeld door de geografische reikwijdte hiervan te beperken tot alleen de dichtbevolkte gebieden.

Dit volgt uit het arrest van de Grote Kamer van Hof van Justitie van 22 september 2020, waarin prejudiciële vragen worden beantwoord van de Franse Cour de Cassation (de hoogste rechter in burgerlijke rechter en strafzaken in Frankrijk). In dit blog gaan wij in op deze uitspraak en gevolgen voor de praktijk. Lees meer…

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

en

In haar uitspraak van 28 oktober 2020 geeft de Afdeling een moderne, algemene leidraad voor de heroverweging van primaire besluiten in bezwaar op grond van artikel 7:11 van de Awb in het algemeen en voor de heroverweging van besluiten over herstelsancties in het bijzonder. Daarnaast staat de Afdeling stil bij de oplegging van herstelsancties ter voorkoming van herhaling van een eerdere overtreding. In dit blogbericht gaan wij nader in op de elementen die van belang zijn voor de algemene bestuursrechtelijke rechtspraktijk. Wij sluiten af met een enkel aandachtspunt voor de rechtspraktijk. Lees meer…

Bestuurder aansprakelijk voor bestuurlijke boete vennootschap

Bestuurder aansprakelijk voor bestuurlijke boete vennootschap

en

Een succesvolle civielrechtelijke aansprakelijkstelling van een bestuurder voor de bestuurlijke boete van een (door hem bestuurde) vennootschap die hiervoor geen verhaal bood komt niet vaak voor. Voor toezichthouders is de uitspraak van 2 september 2020 van de rechtbank Rotterdam daarom belangrijk.

Een bestuurder is op grond van bestuurdersaansprakelijkheid door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bestuurlijke boete van EUR 397.500 die de AFM eerder aan de door hem bestuurde vennootschap had opgelegd. De bestuurder heeft volgens de rechtbank onrechtmatig jegens de AFM gehandeld vanwege het onttrekken van activa aan zijn vennootschap en de rechtbank houdt hem dan ook persoonlijk aansprakelijk voor de schade die de AFM hierdoor heeft geleden. Die schade is gelijk aan de door de AFM aan de vennootschap opgelegde bestuurlijke boete, die als gevolg van het handelen van de bestuurder niet bij de vennootschap kon worden geïnd. Lees meer…