Archief van: juni 2019


De hulphond: Wmo 2015, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet?

De hulphond: Wmo 2015, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet?

De hervorming van de zorg is geregeld in vier wetten: de Wmo 2015, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg. Hoe wordt bepaald welke ondersteuning of zorg onder welke wet valt? In principe bepaalt de aard van de hulpvraag welke wet van toepassing is. De Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn van toepassing als sprake is van behoefte aan ondersteuning bij het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie of opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. De Zorgverzekeringswet ziet op geneeskundige zorg. Soms is sprake van een hulpvraag die zowel ziet op ondersteuning als op geneeskundige zorg. In die gevallen kan discussie ontstaan over de afbakening van de verschillende wetten. Een dergelijke discussie bestaat ook over het vergoeden van de kosten voor een PTSS-, epilepsie- of autismehulphond. (meer…)

Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

Een inwoonster van Amsterdam heeft een geslaagd beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Diverse toezeggingen van gemeenteambtenaren hebben het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat in haar geval niet tot handhaving over zou worden gegaan. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht van 29 mei 2019. De Afdeling beschrijft – in navolging van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel – welke drie stappen worden doorlopen bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel en past deze stappen in de voorliggende zaak toe. (meer…)

Artikel 4:72 lid 5 Awb biedt rechtstreekse wettelijke grondslag voor verplichte vergoeding egalisatiereserve

Artikel 4:72 lid 5 Awb biedt rechtstreekse wettelijke grondslag voor verplichte vergoeding egalisatiereserve

Als sprake is van een per boekjaar verstrekte subsidie en titel 4.2.8 Awb daarop van toepassing is verklaard, vloeit de verplichting van een subsidieontvanger tot betaling van een vergoeding aan de subsidieverstrekker in verband met een opgebouwde egalisatiereserve rechtstreeks voort uit artikel 4:72 lid 5 Awb. Een afzonderlijk wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 4:41 lid 1 Awb is dan niet vereist. Dat is de kern van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 8 mei 2019 in een geschil tussen Stichting Zorgbelang Gelderland en het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland. Met dit oordeel geeft de Afdeling antwoord op de vraag of bij – onder meer de – beëindiging van de subsidierelatie (en voorts in de in artikel 4:41 lid 2 onder c en e Awb genoemde gevallen) een op een wettelijk voorschrift gebaseerde vergoedingsplicht bestaat bij toepassing van een egalisatiereserve. Voordat de casus en (de betekenis van) het oordeel van de Afdeling aan bod komen, bespreken wij eerst kort wat een egalisatiereserve is. (meer…)

De Afdeling kiest voor de klare lijn in rechtsbescherming: de gedoogbeslissing is niet (langer) appellabel

De Afdeling kiest voor de klare lijn in rechtsbescherming: de gedoogbeslissing is niet (langer) appellabel

Een gedoogbesluit is geen besluit in de zin van de Awb en dit geldt ook voor de weigering of intrekking ervan. Tot dit oordeel kwam de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 24 april 2019. Gedoogbeslissingen kunnen vanaf de datum van de uitspraak niet meer worden aangevochten bij de bestuursrechter. In zijn conclusie van 16 januari 2019 opperde staatsraad advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven om gedoogbeslissingen met het oog op rechtsbescherming voor derde-belanghebbenden met een besluit gelijk te stellen en voor de rechtsbescherming van de overtreder aan te sluiten bij de rechtspraak over bestuurlijke rechtsoordelen. De Afdeling bestuursrechtspraak kiest er echter voor om alle gedoogbeslissingen niet met een besluit in de zin van de Awb gelijk te stellen. (meer…)

Sms- en WhatsApp-berichten vallen onder de Wob: hoe nu verder?

Sms- en WhatsApp-berichten vallen onder de Wob: hoe nu verder?

Op 20 maart 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan over de vraag of de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van toepassing is op sms- en WhatsApp-berichten. De uitspraak is helder: op sms- en WhatsApp-berichten over een bestuurlijke aangelegenheid is de Wob van toepassing, ongeacht of deze berichten op de zakelijke of privé telefoon van een bestuurder of ambtenaar staan. Of dit nu tot meer openbaarheid leidt, is maar de vraag.

De Afdeling signaleert al dat de uitspraak niet betekent dat er geen vertrouwelijke berichten meer per sms of WhatsApp kunnen worden verstuurd. Vaak zal sprake zal zijn van persoonlijke beleidsopvattingen bestemd voor intern beraad die op grond van artikel 11 Wob niet voor openbaarmaking in aanmerking komen. Ook het goed functioneren van het bestuur kan in de weg staan aan openbaarmaking van de berichten (artikel 10, tweede lid, onder g, Wob), evenals andere uitzonderingsgronden van artikel 10 Wob. Hoe dan ook, met de uitspraak staat vast dat in voorkomende gevallen sms- en WhatsApp berichten (lees: chatberichten) in de besluitvorming over een Wob-verzoek zullen moeten worden betrokken. Dat is – zacht uitgedrukt – gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe moet dit nu verder? (meer…)