Archief van: mei 2020


Jaarverslag Raad van State 2019: een pleidooi voor vergroting van constitutionele geletterdheid in het belang van de rechtsstaat en een transparante dialoog met de buitenwereld

Jaarverslag Raad van State 2019: een pleidooi voor vergroting van constitutionele geletterdheid in het belang van de rechtsstaat en een transparante dialoog met de buitenwereld

Het recent gepresenteerde jaarverslag 2019 van de Raad van State nodigt uit tot integrale lezing. Het biedt de lezer een uptempo geschreven beschouwing over de werking van de democratische rechtsstaat en het delicate evenwicht tussen de instituties waarover de staatsmacht is verdeeld: de wetgever, het openbaar bestuur en de rechter. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan de rol en de opdracht van de rechter als grensbewaker binnen de democratische rechtsstaat.

We beginnen dit blogbericht met een introductie van dit jaarverslag.  Daarna nemen wij in deel 1 van dit bericht de belangrijkste elementen uit de algemene beschouwing van de Raad van State met u door.

In het tweede deel bespreken we het jaarverslag van de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarin wordt, behalve aan een aanzienlijk aantal belangwekkende uitspraken, met name aandacht besteed aan het thema ‘transparantie en dialoog met de buitenwereld’. Ook de thema’s rechtseenheid en bevorderen van rechtsontwikkeling komen aan bod. (meer…)

Hoger beroep door bestuursorganen: voorkom procesbesluitstress!

Hoger beroep door bestuursorganen: voorkom procesbesluitstress!

Het instellen van (incidenteel) hoger beroep tegen een rechtbankuitspraak door (of namens) een bestuursorgaan vraagt bijzondere aandacht voor de bevoegdheid van de ambtenaar die het hoger beroep instelt. Het ontbreken van een (bevoegd genomen) procesbesluit leidt tot niet-ontvankelijkheid van een (incidenteel) hoger beroep. De rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op dit punt is onverbiddelijk: het ontbreken van een procesbesluit en de onbevoegdheid van de ambtenaar die het hoger beroep instelde, kunnen slechts gedurende de termijn voor het instellen van het (incidenteel) hoger beroep worden hersteld en bekrachtiging in een later stadium van de procedure is niet mogelijk.

Het is dus zaak om dergelijke technische fouten bij het instellen van (incidenteel) hoger beroep tijdig te onderkennen en te herstellen. Dat het niet altijd goed gaat, en dat gemeentelijke organisaties er goed aan doen om hun bevoegdheidsregelingen omtrent het besluiten tot (en het daadwerkelijk instellen van) rechtsmiddelen up to date te houden, illustreert de Afdelingsuitspraak van 22 april 2020. (meer…)

Artikel 47 Participatiewet strekt niet tot bescherming individuele belangen leden cliëntenraad

Artikel 47 Participatiewet strekt niet tot bescherming individuele belangen leden cliëntenraad

Op 7 april 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak  gedaan waarin hij heeft geoordeeld dat artikel 47 van de Participatiewet (PW) niet strekt tot bescherming van de individuele belangen van leden van een cliëntenraad. Het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb verzet zich daarom tegen een geslaagd beroep door de individuele leden op artikel 47 PW. Daarmee bevestigt de CRvB een eerdere uitspraak. (meer…)

Ook een bestuursrechtelijke weg voor schadevergoeding bij schending AVG

Ook een bestuursrechtelijke weg voor schadevergoeding bij schending AVG

In vier uitspraken van 1 april 2020 heeft de Afdeling de weg naar de bestuursrechter geopend voor verzoeken om schadevergoeding voor onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door bestuursorganen. Dat het daarbij gaat om schade als gevolg van feitelijk handelen, staat niet in de weg aan de bevoegdheid van de bestuursrechter. Wel moet er een verband zijn met een besluit over de gegevensverwerking, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verwijderingsverzoek of een bezwaar tegen een gegevensverwerking. Voor de bevoegdheid van de bestuursrechter is echter niet bepalend of dat besluit zelf onrechtmatig is. Ook los daarvan mag de bestuursrechter zich buigen over de schade die zou zijn veroorzaakt door de gegevensverwerking waar het besluit betrekking op heeft. Voor claims tot €25.000 is dat niet langer het exclusieve terrein van de burgerlijke rechter, ondanks het gegeven dat het om schade door feitelijk handelen gaat. Daarmee heeft de Afdeling baanbrekende uitspraken gedaan over de reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadevergoedingsprocedure. (meer…)

Staatssteun in tijden van corona: dit moet je weten

Staatssteun in tijden van corona: dit moet je weten

Wanneer lidstaten sectoren of specifieke ondernemingen financieel willen steunen, moeten zij voldoen aan de Europese staatssteunregelgeving. Kan geen gebruik worden gemaakt van één van de vrijstellingen, dan zal een voorgenomen steunmaatregel op grond van artikel 108, lid 3 van het EU Werkingsverdrag (VWEU) moeten worden aangemeld bij de Europese Commissie (Commissie). De Commissie zal vervolgens beoordelen of de voorgenomen steunmaatregel kan worden goedgekeurd. Een steunmaatregel mag niet tot uitvoering worden gebracht voordat de Commissie in een besluit haar goedkeuring heeft gegeven.

Gelet op het belang dat lidstaten snel en effectief maatregelen kunnen nemen om de economische gevolgen van de uitbraak van COVID-19 (coronavirus) tegen te gaan, heeft de Commissie in een aantal mededelingen verduidelijkt hoe zij de staatssteunregelgeving zal toepassen op steunmaatregelen die verband houden met de uitbraak van het coronavirus. In dit blog bespreken wij (de toepassing van) de verschillende mogelijke grondslagen voor steunverlening naar aanleiding van de corona-uitbraak. (meer…)