Archief van: april 2021


De personen- en onderdelenfuik herzien. Ruimere toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsrechtelijke besluiten

De personen- en onderdelenfuik herzien. Ruimere toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsrechtelijke besluiten

Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt onder meer dat wie heeft nagelaten om tijdens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure een zienswijze kenbaar te maken, in beginsel niet tegen het betreffende besluit in beroep kan bij de bestuursrechter. De vraag of deze ‘personenfuik’ strijdig is met het Verdrag van Aarhus in het geval van besluiten over milieu-aangelegenheden waarop dit verdrag van toepassing is – de zogeheten Aarhus-besluiten – heeft de afgelopen tijd bij verschillende gerechtelijke instanties voorgelegen. Eerder beantwoordde het Hof van Justitie van de Europese Unie die vraag al bevestigend: artikel 6:13 Awb is voor milieubesluiten in strijd met het Verdrag van Aarhus.

Waar het Hof daarbij duidelijk was over de personenfuik bleven er toch nog vragen over hoe de uitspraak precies geïnterpreteerd moet worden, met name waar het gaat om besluitonderdelen en het in het arrest genoemde “betrokken publiek”. Op 14 april jl. gaf de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar eindoordeel verduidelijking op deze punten. Wij nemen u mee door de uitspraak.    Lees meer >

Hoger beroep door bestuursorganen: meer reparatiemogelijkheden, minder procesbesluitstress

Hoger beroep door bestuursorganen: meer reparatiemogelijkheden, minder procesbesluitstress

Het instellen van (incidenteel) hoger beroep tegen een rechtbankuitspraak door of namens een bestuursorgaan vraagt bijzondere aandacht voor de bevoegdheid van de functionaris die het hoger beroep instelt. Het ontbreken van een (bevoegd genomen) procesbesluit leidt tot niet-ontvankelijkheid van een namens het bestuursorgaan ingesteld hoger beroep. Bestuursorganen doen er daarom goed aan om hun (onder)mandaatregelingen omtrent het besluiten tot (en het daadwerkelijk instellen van) rechtsmiddelen up to date te houden.

Uit de Afdelingsuitspraak van 17 maart 2021 blijkt dat echter dat bestuursorganen de mogelijkheid hebben om gebreken in de bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep te repareren zodat het ontbreken van een tijdig genomen procesbesluit niet altijd meer leidt niet-ontvankelijkheid. (meer…)

De Wet toeristische verhuur van woonruimte maakt regulering vakantieverhuur mogelijk

De Wet toeristische verhuur van woonruimte maakt regulering vakantieverhuur mogelijk

Door de opkomst van digitale platforms zoals AirBnB en Booking.com is de toeristische verhuur van woonruimte het afgelopen decennium flink toegenomen. Soms leidt dit tot ongewenste effecten op de woningmarkt, de leefbaarheid van de stad, de veiligheid en het gelijke speelveld voor andere aanbieders van toeristische accommodatie. Bij gemeenten bleek behoefte te bestaan aan nieuwe instrumenten om deze ongewenste effecten te voorkomen en te bestrijden. Met ingang van 1 januari 2021 biedt de Wet toeristische verhuur van woonruimte deze instrumenten. In dit blog geven wij antwoorden op twee vragen. Om welke instrumenten gaat het? En wanneer kunnen gemeenten deze toepassen? (meer…)

Ondermijningsvergunning kan, motivering is wel een aandachtspunt

Ondermijningsvergunning kan, motivering is wel een aandachtspunt

In de uitspraak van 3 maart 2021 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het eerst over de inzet van de zogenoemde ‘ondermijningsvergunning’. Veel gemeenten zetten deze bevoegdheid op dit moment in om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat een ondermijningsvergunning kan worden ingevoerd, maar dat daarvoor wel een overtuigende motivering is vereist. Dit blog gaat in op aandachtspunten voor die motivering. (meer…)

Subsidieverstrekking met de verlengde arm: de Afdeling wijst de praktijk op de mogelijkheden

Subsidieverstrekking met de verlengde arm: de Afdeling wijst de praktijk op de mogelijkheden

In de veelbesproken uitspraak van 13 februari 2019 ging de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in op de subsidierechtelijke en institutionele vraagstukken die zich voordoen als (decentrale) overheden ervoor kiezen om subsidieprocessen op afstand te plaatsen door deze te laten uitvoeren door organen van privaatrechtelijke rechtspersonen. In zulke gevallen moet heel precies – en met een subsidierechtelijke én staatsrechtelijke bril – worden gekeken naar formele bevoegdheidsvraagstukken die inherent zijn aan de keuze voor een ‘geprivatiseerd subsidieproces’. In de vervolguitspraak van 27 januari 2021 – over dezelfde casus – geeft de Afdeling nadere duiding aan de juridische ruimte voor het op afstand laten uitvoeren van subsidieprocessen. (meer…)