Alle berichten van: Irene van der Heijden


Bestuursrechter toetst niet langer ambtshalve of voorafgaand bezwaar of beroep tijdig was

Bestuursrechter toetst niet langer ambtshalve of voorafgaand bezwaar of beroep tijdig was

De bestuursrechter in eerste aanleg toetst niet meer ambtshalve of tijdig bezwaar is gemaakt. De hoger beroepsrechter toetst op zijn beurt niet meer ambtshalve of tijdig beroep bij de rechtbank is ingesteld. Als een bestuursorgaan een niet tijdig ingediend bezwaarschrift inhoudelijk heeft behandeld, of de bestuursrechter inhoudelijk uitspraak heeft gedaan op een niet tijdig ingesteld beroep, dan zal de (hoogste) bestuursrechter de zaak ook inhoudelijk behandelen. Dit heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld in een principiële uitspraak van 9 juli 2021. De uitspraak is gedaan door een gemengde kamer die bestond uit de presidenten van de Centrale Raad, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De drie hoger beroepscolleges nemen met deze uitspraak afscheid van het leerstuk dat de tijdigheid van bezwaar en beroep een aspect van openbare orde is. (meer…)

Evenredigheid van herstelsancties en maatregelen: een pleidooi voor een Europese gedifferentieerde rechterlijke toetsing

Evenredigheid van herstelsancties en maatregelen: een pleidooi voor een Europese gedifferentieerde rechterlijke toetsing

Naar de conclusie over de indringendheid van de rechterlijke evenredigheidstoetsing is reikhalzend uitgezien. Hoewel de conclusie is gevraagd met het oog op de toetsing van niet-bestraffende bestuurlijke sancties en maatregelen, reikt het belang van de conclusie veel verder. In hun conclusie zijn de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven ook uitvoerig ingegaan op de basis en de grenzen van de rechterlijke evenredigheidstoetsing in algemene zin. Zij plaatsen hun bevindingen tegen de achtergrond van het streven naar een responsief bestuursrecht dat maatwerk levert vanuit het perspectief van de burger en de toeslagenaffaire. Daaruit is volgens hen gebleken dat rechterlijke toetsing niet altijd leidt tot correctie van onevenredige sancties en maatregelen, bijvoorbeeld omdat de rechter zich in zijn toetsingsmogelijkheid beperkt voelt door dwingende regelgeving. In hun beschrijving van deze bredere context wordt de lezer meegenomen langs een groot aantal samenlopende staats- en bestuursrechtelijke evergreens, waaronder de rolverdeling tussen de drie pijlers van de trias en de ruimte voor de rechter bij exceptieve toetsing van beleidsregels, regelgeving en wetten in formele zin. Daarmee geeft de conclusie ook een uiterst waardevol inzicht in de stand van het debat over deze thema’s. De belangrijkste bevindingen zetten wij voor u op een rij. Ook blikken wij vooruit op de gevolgen voor de praktijk, als de Afdeling de conclusie volgt. In dat geval zal de bestuursrechter de evenredigheid van bestuurlijke maatregelen voortaan beoordelen aan de hand van de Europeesrechtelijke driestapsbeoordeling en de indringendheid van de toetsing afstemmen op de voorliggende casus. (meer…)

Jaarverslag Raad van State 2020: investeren in vertrouwen en in een responsieve overheid

Jaarverslag Raad van State 2020: investeren in vertrouwen en in een responsieve overheid

Het onlangs verschenen jaarverslag van de Raad van State over 2020 is opnieuw een must-read.
Dit jaar roept de Raad van State op tot bezinning op de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid. Het jaar 2020 wordt gekenschetst door de coronacrisis en de kinderopvangtoeslagaffaire. Wat zeggen deze gebeurtenissen over het belang van een goede vertrouwensrelatie tussen overheden en burgers? En wat is nodig voor het onderhoud van deze vertrouwensrelatie? (meer…)

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Sinds 1 juli 2013 geldt over de volle breedte van het bestuursrecht het relativiteitsvereiste in beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter (art. 8:69a Awb). Het relativiteitsvereiste moet voorkomen dat een besluit met succes wordt aangevochten vanwege schending van een rechtsregel, als die regel is bedoeld om anderen te beschermen dan degene die in beroep komt. Dat kwam vooral veel voor in omgevingsrechtelijke zaken waaraan concurrerende partijen en milieuorganisaties deelnemen. Ook buiten het omgevingsrecht is het relativiteitsvereiste niet zonder betekenis. Het relativiteitsvereiste laat zich echter niet eenvoudig toepassen. Het komt dan ook goed van pas dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 november 2020 een overzichtsuitspraak heeft gedaan. (meer…)

Ook een bestuursrechtelijke weg voor schadevergoeding bij schending AVG

Ook een bestuursrechtelijke weg voor schadevergoeding bij schending AVG

In vier uitspraken van 1 april 2020 heeft de Afdeling de weg naar de bestuursrechter geopend voor verzoeken om schadevergoeding voor onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door bestuursorganen. Dat het daarbij gaat om schade als gevolg van feitelijk handelen, staat niet in de weg aan de bevoegdheid van de bestuursrechter. Wel moet er een verband zijn met een besluit over de gegevensverwerking, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verwijderingsverzoek of een bezwaar tegen een gegevensverwerking. Voor de bevoegdheid van de bestuursrechter is echter niet bepalend of dat besluit zelf onrechtmatig is. Ook los daarvan mag de bestuursrechter zich buigen over de schade die zou zijn veroorzaakt door de gegevensverwerking waar het besluit betrekking op heeft. Voor claims tot €25.000 is dat niet langer het exclusieve terrein van de burgerlijke rechter, ondanks het gegeven dat het om schade door feitelijk handelen gaat. Daarmee heeft de Afdeling baanbrekende uitspraken gedaan over de reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadevergoedingsprocedure. (meer…)