Alle berichten van: Jean-Paul Heinrich


Een opfrisbeurt voor de bestuursrechtelijke geldschuldentitel van de Awb

Een opfrisbeurt voor de bestuursrechtelijke geldschuldentitel van de Awb

Voor geldschulden van en aan de overheid, bevat de Awb sinds 1 juli 2009 een afzonderlijke, algemene regeling, neergelegd in titel 4.4. van de Awb. De werking van deze bestuursrechtelijke geldschuldentitel is in 2013 in opdracht van het WODC geëvalueerd. Daaruit kwam naar voren dat de rechtsbescherming van burgers door de introductie van een uniforme regeling is verbeterd, maar dat het naast elkaar bestaan van civiel-, bestuurs- en fiscaalrechtelijke invordering – soms vervat in aparte materiële regelgeving –, afbreuk doet aan de uniformiteit. Naar aanleiding van deze evaluatie is kort geleden een wetsvoorstel voor de wijziging van de geldschuldentitel naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarmee is beoogd om een aantal knelpunten uit de praktijk op te lossen. In dit blogbericht zetten wij de voorgestelde wijzigingen op een rij.

(meer…)

Jaarverslag Raad van State 2019: een pleidooi voor vergroting van constitutionele geletterdheid in het belang van de rechtsstaat en een transparante dialoog met de buitenwereld

Jaarverslag Raad van State 2019: een pleidooi voor vergroting van constitutionele geletterdheid in het belang van de rechtsstaat en een transparante dialoog met de buitenwereld

Het recent gepresenteerde jaarverslag 2019 van de Raad van State nodigt uit tot integrale lezing. Het biedt de lezer een uptempo geschreven beschouwing over de werking van de democratische rechtsstaat en het delicate evenwicht tussen de instituties waarover de staatsmacht is verdeeld: de wetgever, het openbaar bestuur en de rechter. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan de rol en de opdracht van de rechter als grensbewaker binnen de democratische rechtsstaat.

We beginnen dit blogbericht met een introductie van dit jaarverslag.  Daarna nemen wij in deel 1 van dit bericht de belangrijkste elementen uit de algemene beschouwing van de Raad van State met u door.

In het tweede deel bespreken we het jaarverslag van de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarin wordt, behalve aan een aanzienlijk aantal belangwekkende uitspraken, met name aandacht besteed aan het thema ‘transparantie en dialoog met de buitenwereld’. Ook de thema’s rechtseenheid en bevorderen van rechtsontwikkeling komen aan bod. (meer…)

Hoger beroep door bestuursorganen: voorkom procesbesluitstress!

Hoger beroep door bestuursorganen: voorkom procesbesluitstress!

Het instellen van (incidenteel) hoger beroep tegen een rechtbankuitspraak door (of namens) een bestuursorgaan vraagt bijzondere aandacht voor de bevoegdheid van de ambtenaar die het hoger beroep instelt. Het ontbreken van een (bevoegd genomen) procesbesluit leidt tot niet-ontvankelijkheid van een (incidenteel) hoger beroep. De rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op dit punt is onverbiddelijk: het ontbreken van een procesbesluit en de onbevoegdheid van de ambtenaar die het hoger beroep instelde, kunnen slechts gedurende de termijn voor het instellen van het (incidenteel) hoger beroep worden hersteld en bekrachtiging in een later stadium van de procedure is niet mogelijk.

Het is dus zaak om dergelijke technische fouten bij het instellen van (incidenteel) hoger beroep tijdig te onderkennen en te herstellen. Dat het niet altijd goed gaat, en dat gemeentelijke organisaties er goed aan doen om hun bevoegdheidsregelingen omtrent het besluiten tot (en het daadwerkelijk instellen van) rechtsmiddelen up to date te houden, illustreert de Afdelingsuitspraak van 22 april 2020. (meer…)

Heroverweging van (de weigering van) bestuurlijke herstelsancties: kom los van het ex tunc-ex nunc denken

Heroverweging van (de weigering van) bestuurlijke herstelsancties: kom los van het ex tunc-ex nunc denken

Artikel 7:11 van de Awb schrijft voor dat een besluit wordt heroverwogen als daartegen bezwaar wordt gemaakt. Die heroverweging moet in beginsel plaatsvinden met inachtneming van alle feiten en omstandigheden van het moment van de heroverweging (ex nunc). Voor sanctiebesluiten wordt veelal aangenomen deze in de bezwaarfase worden beoordeeld naar de feiten en omstandigheden ten tijde van het primaire besluit (ex tunc). Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat het niet zo moet zijn dat de overtreder aan effectieve handhaving kan ontkomen door kort voor het besluit op bezwaar de overtreding te beëindigen, waarna het sanctiebesluit moet worden herroepen (om vervolgens het laakbare gedrag na het besluit op bezwaar te kunnen hervatten).

Over de vraag of deze vuistregels de heersende rechtsopvatting wel correct weergeven en of en in welke mate zij kunnen worden toegepast op de spiegelbeeldige situatie, waarin het juist gaat om bezwaren tegen de afwijzing van een handhavingsverzoek, gaat de meest recente conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr P.J. Wattel. In zijn conclusie beantwoordt de staatsraad advocaat-generaal de hem voorgelegde vragen en geeft hij de handhavingspraktijk een aantal praktische handvatten voor de omgang met vraagstukken rondom de heroverweging van besluiten op handhavingsverzoeken. (meer…)

Exceptieve toetsing aan de algemene beginselen: onverbindend verklaren of buiten toepassing laten?

Exceptieve toetsing aan de algemene beginselen: onverbindend verklaren of buiten toepassing laten?

In bestuursrechtelijke procedures beoordeelt de rechter de rechtmatigheid van de hem voorgelegde besluiten. Daarbij kan ook ‘exceptief’ worden getoetst of de achterliggende (lagere) regelgeving in strijd is met hoger recht. In de uitspraak van 12 februari 2020 staat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitvoerig stil bij de manier waarop deze toetsing wordt uitgevoerd. De belangrijkste overweging is dat strijdigheid met formele rechtsbeginselen, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringbeginsel, op zichzelf genomen niet kan leiden tot onverbindendverklaring van een algemeen verbindend voorschrift. Wel kan de bestuursrechter een algemeen verbindend voorschrift in een concreet geval buiten toepassing laten, maar alleen als hij door het zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek niet kan beoordelen of de regel in strijd is met hoger recht, algemene rechtsbeginselen en (materiële) algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel. (meer…)