Categorie: Jurisprudentie


Heroverweging van (de weigering van) bestuurlijke herstelsancties: kom los van het ex tunc-ex nunc denken

Heroverweging van (de weigering van) bestuurlijke herstelsancties: kom los van het ex tunc-ex nunc denken

Artikel 7:11 van de Awb schrijft voor dat een besluit wordt heroverwogen als daartegen bezwaar wordt gemaakt. Die heroverweging moet in beginsel plaatsvinden met inachtneming van alle feiten en omstandigheden van het moment van de heroverweging (ex nunc). Voor sanctiebesluiten wordt veelal aangenomen deze in de bezwaarfase worden beoordeeld naar de feiten en omstandigheden ten tijde van het primaire besluit (ex tunc). Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat het niet zo moet zijn dat de overtreder aan effectieve handhaving kan ontkomen door kort voor het besluit op bezwaar de overtreding te beëindigen, waarna het sanctiebesluit moet worden herroepen (om vervolgens het laakbare gedrag na het besluit op bezwaar te kunnen hervatten).

Over de vraag of deze vuistregels de heersende rechtsopvatting wel correct weergeven en of en in welke mate zij kunnen worden toegepast op de spiegelbeeldige situatie, waarin het juist gaat om bezwaren tegen de afwijzing van een handhavingsverzoek, gaat de meest recente conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr P.J. Wattel. In zijn conclusie beantwoordt de staatsraad advocaat-generaal de hem voorgelegde vragen en geeft hij de handhavingspraktijk een aantal praktische handvatten voor de omgang met vraagstukken rondom de heroverweging van besluiten op handhavingsverzoeken. (meer…)

Exceptieve toetsing aan de algemene beginselen: onverbindend verklaren of buiten toepassing laten?

Exceptieve toetsing aan de algemene beginselen: onverbindend verklaren of buiten toepassing laten?

In bestuursrechtelijke procedures beoordeelt de rechter de rechtmatigheid van de hem voorgelegde besluiten. Daarbij kan ook ‘exceptief’ worden getoetst of de achterliggende (lagere) regelgeving in strijd is met hoger recht. In de uitspraak van 12 februari 2020 staat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitvoerig stil bij de manier waarop deze toetsing wordt uitgevoerd. De belangrijkste overweging is dat strijdigheid met formele rechtsbeginselen, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringbeginsel, op zichzelf genomen niet kan leiden tot onverbindendverklaring van een algemeen verbindend voorschrift. Wel kan de bestuursrechter een algemeen verbindend voorschrift in een concreet geval buiten toepassing laten, maar alleen als hij door het zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek niet kan beoordelen of de regel in strijd is met hoger recht, algemene rechtsbeginselen en (materiële) algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel. (meer…)

De eerste ervaringen met de verruimde sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet

De eerste ervaringen met de verruimde sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet

Sinds januari 2019 kunnen burgemeesters woningen en andere panden sluiten wanneer daarin voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor de productie van drugs. Inmiddels zijn de eerste uitspraken verschenen over deze verruimde sluitingsbevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet. Wat kunnen we daaruit opmaken voor de praktijk? (meer…)

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

De uitspraak van het Hof van Justitie van 30 januari 2018 in de zaak Appingedam en recente uitspraken van de Afdeling hebben onderstreept dat ook ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming moeten zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Uit de jurisprudentie die het afgelopen jaar is verschenen, kan inmiddels een duidelijke lijn worden gedestilleerd over de manier waarop de toets aan de Dienstenrichtlijn kan worden ingebed in de nationale omgevingsrechtelijke kaders. In dit blog analyseren wij, aan de hand van deze rechtspraak, de Europese kaders voor het omgevingsrecht. Daarnaast gaan wij in op de praktische consequenties voor decentrale overheden.

Kort gezegd blijkt uit de rechtspraak dat het reguleren van economische activiteiten door middel van ruimtelijke voorschriften nog altijd goed mogelijk is, zolang dit maar goed wordt onderbouwd. (meer…)

De hulphond: Wmo 2015, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet?

De hulphond: Wmo 2015, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet?

De hervorming van de zorg is geregeld in vier wetten: de Wmo 2015, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg. Hoe wordt bepaald welke ondersteuning of zorg onder welke wet valt? In principe bepaalt de aard van de hulpvraag welke wet van toepassing is. De Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn van toepassing als sprake is van behoefte aan ondersteuning bij het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie of opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. De Zorgverzekeringswet ziet op geneeskundige zorg. Soms is sprake van een hulpvraag die zowel ziet op ondersteuning als op geneeskundige zorg. In die gevallen kan discussie ontstaan over de afbakening van de verschillende wetten. Een dergelijke discussie bestaat ook over het vergoeden van de kosten voor een PTSS-, epilepsie- of autismehulphond. (meer…)

Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

Een inwoonster van Amsterdam heeft een geslaagd beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Diverse toezeggingen van gemeenteambtenaren hebben het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat in haar geval niet tot handhaving over zou worden gegaan. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht van 29 mei 2019. De Afdeling beschrijft – in navolging van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel – welke drie stappen worden doorlopen bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel en past deze stappen in de voorliggende zaak toe. (meer…)