Categorie: Jurisprudentie


Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Sinds 1 juli 2013 geldt over de volle breedte van het bestuursrecht het relativiteitsvereiste in beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter (art. 8:69a Awb). Het relativiteitsvereiste moet voorkomen dat een besluit met succes wordt aangevochten vanwege schending van een rechtsregel, als die regel is bedoeld om anderen te beschermen dan degene die in beroep komt. Dat kwam vooral veel voor in omgevingsrechtelijke zaken waaraan concurrerende partijen en milieuorganisaties deelnemen. Ook buiten het omgevingsrecht is het relativiteitsvereiste niet zonder betekenis. Het relativiteitsvereiste laat zich echter niet eenvoudig toepassen. Het komt dan ook goed van pas dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 november 2020 een overzichtsuitspraak heeft gedaan. (meer…)

Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen vergunningplicht voor woningonttrekking, mits goed gemotiveerd

Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen vergunningplicht voor woningonttrekking, mits goed gemotiveerd

Een vergunningplicht om een woning te mogen onttrekken aan de woningvoorraad met als doel deze woning te verhuren, valt onder de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. De Dienstenrichtlijn verzet zich echter niet tegen een dergelijke vergunningplicht als deze goed kan worden onderbouwd. Ditzelfde geldt voor de voorwaarden om de vergunning te verkrijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eis dat de woonruimte die wordt onttrokken elders wordt gecompenseerd. Het bestrijden van een tekort aan betaalbare huurwoningen vormt in dit verband een legitiem doel. Daarnaast is van belang dat de vergunningplicht of de voorwaarden zoveel mogelijk worden afgestemd op de lokale situatie, bijvoorbeeld door de geografische reikwijdte hiervan te beperken tot alleen de dichtbevolkte gebieden.

Dit volgt uit het arrest van de Grote Kamer van Hof van Justitie van 22 september 2020, waarin prejudiciële vragen worden beantwoord van de Franse Cour de Cassation (de hoogste rechter in burgerlijke rechter en strafzaken in Frankrijk). In dit blog gaan wij in op deze uitspraak en gevolgen voor de praktijk. (meer…)

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

In haar uitspraak van 28 oktober 2020 geeft de Afdeling een moderne, algemene leidraad voor de heroverweging van primaire besluiten in bezwaar op grond van artikel 7:11 van de Awb in het algemeen en voor de heroverweging van besluiten over herstelsancties in het bijzonder. Daarnaast staat de Afdeling stil bij de oplegging van herstelsancties ter voorkoming van herhaling van een eerdere overtreding. In dit blogbericht gaan wij nader in op de elementen die van belang zijn voor de algemene bestuursrechtelijke rechtspraktijk. Wij sluiten af met een enkel aandachtspunt voor de rechtspraktijk. (meer…)

Bestuurder aansprakelijk voor bestuurlijke boete vennootschap

Bestuurder aansprakelijk voor bestuurlijke boete vennootschap

Een succesvolle civielrechtelijke aansprakelijkstelling van een bestuurder voor de bestuurlijke boete van een (door hem bestuurde) vennootschap die hiervoor geen verhaal bood komt niet vaak voor. Voor toezichthouders is de uitspraak van 2 september 2020 van de rechtbank Rotterdam daarom belangrijk.

Een bestuurder is op grond van bestuurdersaansprakelijkheid door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bestuurlijke boete van EUR 397.500 die de AFM eerder aan de door hem bestuurde vennootschap had opgelegd. De bestuurder heeft volgens de rechtbank onrechtmatig jegens de AFM gehandeld vanwege het onttrekken van activa aan zijn vennootschap en de rechtbank houdt hem dan ook persoonlijk aansprakelijk voor de schade die de AFM hierdoor heeft geleden. Die schade is gelijk aan de door de AFM aan de vennootschap opgelegde bestuurlijke boete, die als gevolg van het handelen van de bestuurder niet bij de vennootschap kon worden geïnd. (meer…)

CRvB en Afdeling: verzendtheorie geldt tevens voor aanbieding via andere postvervoerders dan PostNL

CRvB en Afdeling: verzendtheorie geldt tevens voor aanbieding via andere postvervoerders dan PostNL

De Centrale Raad van Beroep oordeelde op 16 juni 2020 dat zij onder verzending per post in de zin van artikel 6:9, tweede lid, Awb vanaf de datum van die uitspraak niet langer uitsluitend verzending via PostNL verstaat, maar ook verzending via een ander postvervoerbedrijf. Daarmee brengt de CRvB de uitleg die wordt gegeven aan artikel 6:9 Awb in lijn met het Europees recht. In een uitspraak van 15 juli 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze lijn van de CRvB uitdrukkelijk bevestigd.

(meer…)

Schending notificatieplicht: de gevolgen voor de toepasbaarheid van het nationale voorschrift

Schending notificatieplicht: de gevolgen voor de toepasbaarheid van het nationale voorschrift

Verschillende Europese richtlijnen schrijven voor dat lidstaten de Europese Commissie in kennis moeten stellen van (nieuwe) nationale voorschriften: de notificatieplicht. Gedacht kan worden aan eisen aan dienstverrichters of digitale platforms zoals Airbnb. De notificatie stelt de Europese Commissie in de gelegenheid het voorschrift preventief te toetsen op verenigbaarheid met het Europese recht. In dit blog gaan wij aan de hand van recente voorbeelden uit de rechtspraak in op de vraag wat de gevolgen zijn als een voorschrift abusievelijk niet bij de Europese Commissie is gemeld. In al deze zaken werd betoogd dat het niet in kennis stellen van de Europese Commissie ertoe leidt dat het nationale voorschrift niet rechtsgeldig is. Heeft dit betoog kans van slagen en wat betekent dit praktisch voor de nationale wet- en regelgevers die voorschriften willen vaststellen? (meer…)