Nadere vuistregels voor “op de zaak betrekking hebbende stukken”

Nadere vuistregels voor “op de zaak betrekking hebbende stukken”

Zowel voor de rechter als voor partijen in een bestuursrechtelijke procedure is het relevant om te weten welke stukken tot de “op de zaak betrekking hebbende stukken” behoren. Het bestuursorgaan is immers gehouden alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen (artikel 8:42 Awb). In de praktijk is de reikwijdte van het begrip “op de zaak betrekking hebbende stukken” niet altijd duidelijk. Dit leidt met regelmaat tot discussie en tot procedurele complicaties die kunnen afleiden van de kern van de zaak.

Bij arrest van 4 mei 2018 heeft de Hoge Raad in een belastingzaak een aantal (nadere) vuistregels geformuleerd met betrekking tot de definitie van “op de zaak betrekking hebbende stukken”. In het arrest geeft de Hoge Raad ook handvatten voor de wijze waarop met elektronisch vastgelegde gegevens moet worden omgegaan.  (meer…)

Weigeren gemachtigde is nieuw instrument tegen misbruik van recht in Wob-zaken

Weigeren gemachtigde is nieuw instrument tegen misbruik van recht in Wob-zaken

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 9 mei 2018 een uitspraak gedaan. Daarin is geoordeeld dat het stelstelmatig misbruik maken van het recht op het indienen van verzoeken op basis van de Wob grond kan zijn voor de weigering van een persoon als gemachtigde op basis van artikel 2:2, eerste lid, van de Awb. De uitspraak biedt een nieuw instrument voor bestuursorganen om misbruik van recht op basis van de Wob en aanverwante regelgeving tegen te gaan. In dit blog sta ik bij deze uitspraak stil. (meer…)

Bijzondere omstandigheden bij invordering van verbeurde dwangsommen en verhaal van kosten voor bestuursdwang

Bijzondere omstandigheden bij invordering van verbeurde dwangsommen en verhaal van kosten voor bestuursdwang

Wanneer moet worden afgezien van invordering van een verbeurde dwangsom of verhaal van de kosten van bestuursdwang? Dat is de vraag die Staatsraad Advocaat-Generaal mr. P.J. Wattel op verzoek van de voorzitter van de Afdeling kort geleden beantwoordde.

Hoewel de conclusie voor de betreffende zaak niet meer van belang is – uit het persbericht van de Afdeling begrijpen we dat appellant zijn beroep inmiddels heeft ingetrokken – biedt Staatsraad Advocaat-Generaal Wattel de rechtspraktijk zonder meer een mooi overzicht én een aantal interessante gedachten bij de omstandigheden die een rol (zouden moeten) spelen bij het invorderen van bestuurlijke geldschulden.

In dit blogbericht licht ik een aantal onderwerpen uit die relevant zijn voor het invorderende of verhalende bestuursorgaan. (meer…)

(Ook) namen van toezichthouders en inspecteurs niet openbaar

(Ook) namen van toezichthouders en inspecteurs niet openbaar

De namen van toezichthouders en inspecteurs die inspecties hebben afgelegd op grond van het Besluit risico’s zware ongevallen hoeven niet openbaar te worden gemaakt. Dat volgt uit twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 4 april 2018. De Afdeling sluit voor dat oordeel aan bij haar uitspraak van 31 januari 2018, waarin zij heeft gepreciseerd dat de namen van medewerkers van bestuursorganen in beginsel niet voor openbaarmaking in aanmerking komen. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, onder e, Wet openbaarheid van bestuur; Wob) staat daaraan in de weg.

In deze blog licht ik de uitspraken van de Afdeling over toezichthouders en inspecteurs toe. (meer…)

Tandpasta als geneesmiddel?

Tandpasta als geneesmiddel?

In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 3 mei 2017 komt de uitleg van het begrip ‘geneesmiddel’ aan de orde. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houden toezicht op de vraag welke producten als geneesmiddelen kwalificeren. Producenten komen soms voor de onprettige verrassing te staan dat hun product door de toezichthouder als geneesmiddel wordt gezien. Voor het verhandelen van geneesmiddelen is immers een handelsvergunning noodzakelijk (art. 40 Geneesmiddelenwet). Zonder vergunning mag het product niet op de markt worden gebracht.

Wanneer moeten producenten en toezichthouders er rekening mee houden dat een product een geneesmiddel is? (meer…)

Raad van State houdt de deur dicht: duidelijke lijn bij toepassing van artikel 13b Opiumwet blijft

Raad van State houdt de deur dicht: duidelijke lijn bij toepassing van artikel 13b Opiumwet blijft

Bij de enkele aanwezigheid van 0,5 gram harddrugs in een pand kan een burgemeester dat pand met toepassing van artikel 13b Opiumwet sluiten. Het is dan aan de bewoner om aannemelijk te maken dat de aangetroffen hoeveelheid bestemd is voor eigen gebruik. Lukt dit de bewoner niet, dan mag de burgemeester de woning sluiten; lukt dit de bewoner wel, dan is het aan de burgemeester om het tegendeel te bewijzen. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgemaakt in haar uitspraak van 14 maart 2018. Met die uitspraak maakt de Afdeling een einde aan onzekerheid die – door een eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant – in de praktijk van gemeenten over toepassing van artikel 13b Opiumwet was ontstaan. De uitspraak laat zien dat de Afdeling die onduidelijkheid met klem heeft willen wegnemen. (meer…)