Awb


Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Sinds 1 juli 2013 geldt over de volle breedte van het bestuursrecht het relativiteitsvereiste in beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter (art. 8:69a Awb). Het relativiteitsvereiste moet voorkomen dat een besluit met succes wordt aangevochten vanwege schending van een rechtsregel, als die regel is bedoeld om anderen te beschermen dan degene die in beroep komt. Dat kwam vooral veel voor in omgevingsrechtelijke zaken waaraan concurrerende partijen en milieuorganisaties deelnemen. Ook buiten het omgevingsrecht is het relativiteitsvereiste niet zonder betekenis. Het relativiteitsvereiste laat zich echter niet eenvoudig toepassen. Het komt dan ook goed van pas dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 november 2020 een overzichtsuitspraak heeft gedaan. (meer…)

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

Grondregels voor de heroverweging in bezwaar, in het bijzonder van besluiten over herstelsancties

In haar uitspraak van 28 oktober 2020 geeft de Afdeling een moderne, algemene leidraad voor de heroverweging van primaire besluiten in bezwaar op grond van artikel 7:11 van de Awb in het algemeen en voor de heroverweging van besluiten over herstelsancties in het bijzonder. Daarnaast staat de Afdeling stil bij de oplegging van herstelsancties ter voorkoming van herhaling van een eerdere overtreding. In dit blogbericht gaan wij nader in op de elementen die van belang zijn voor de algemene bestuursrechtelijke rechtspraktijk. Wij sluiten af met een enkel aandachtspunt voor de rechtspraktijk. (meer…)

CRvB en Afdeling: verzendtheorie geldt tevens voor aanbieding via andere postvervoerders dan PostNL

CRvB en Afdeling: verzendtheorie geldt tevens voor aanbieding via andere postvervoerders dan PostNL

De Centrale Raad van Beroep oordeelde op 16 juni 2020 dat zij onder verzending per post in de zin van artikel 6:9, tweede lid, Awb vanaf de datum van die uitspraak niet langer uitsluitend verzending via PostNL verstaat, maar ook verzending via een ander postvervoerbedrijf. Daarmee brengt de CRvB de uitleg die wordt gegeven aan artikel 6:9 Awb in lijn met het Europees recht. In een uitspraak van 15 juli 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze lijn van de CRvB uitdrukkelijk bevestigd.

(meer…)

Beperkte kennisneming van dossierstukken vanwege gewichtige redenen: een overzichtsuitspraak van de Afdeling

Beperkte kennisneming van dossierstukken vanwege gewichtige redenen: een overzichtsuitspraak van de Afdeling

Procespartijen hebben recht op kennisneming van alle stukken uit het dossier. In het bestuursrecht kan, als daar gewichtige redenen voor zijn, een uitzondering op dit uitgangspunt worden gemaakt. Daarbij zijn er twee smaken: de partij weigert volledig om de stukken te overleggen of de partij deelt mede dat uitsluitend de bestuursrechter van de stukken kennis mag nemen. De bestuursrechter beslist vervolgens of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is (artikel 8:29, derde lid, Awb).

Op 10 juni 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een handzame en voor de praktijk behulpzame overzichtsuitspraak gedaan over verzoeken om beperkte kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit blog bespreken wij de door de Afdeling genoemde hoofdlijnen en voegen daar hier en daar een praktische opmerking aan toe. (meer…)

Een opfrisbeurt voor de bestuursrechtelijke geldschuldentitel van de Awb

Een opfrisbeurt voor de bestuursrechtelijke geldschuldentitel van de Awb

Voor geldschulden van en aan de overheid, bevat de Awb sinds 1 juli 2009 een afzonderlijke, algemene regeling, neergelegd in titel 4.4. van de Awb. De werking van deze bestuursrechtelijke geldschuldentitel is in 2013 in opdracht van het WODC geëvalueerd. Daaruit kwam naar voren dat de rechtsbescherming van burgers door de introductie van een uniforme regeling is verbeterd, maar dat het naast elkaar bestaan van civiel-, bestuurs- en fiscaalrechtelijke invordering – soms vervat in aparte materiële regelgeving –, afbreuk doet aan de uniformiteit. Naar aanleiding van deze evaluatie is kort geleden een wetsvoorstel voor de wijziging van de geldschuldentitel naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarmee is beoogd om een aantal knelpunten uit de praktijk op te lossen. In dit blogbericht zetten wij de voorgestelde wijzigingen op een rij.

(meer…)