De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep hebben gezamenlijk een toetsingskader ontwikkeld voor zaken waarin bestuursorganen zich beroepen op adviezen van medisch deskundigen. Het toetsingskader is relevant voor alle bestuursorganen die zich bij hun besluitvorming baseren op medische adviezen.

Aanleiding voor het toetsingskader

De Afdeling en de Centrale Raad hebben het toetsingskader uiteengezet en toegepast in twee uitspraken van 30 juni 2017. Uit de persberichten die bij de uitspraken zijn verschenen, volgt dat de Afdeling en de Centrale Raad het kader met elkaar hebben afgestemd.

In de uitspraak van de Afdeling gaat het om een besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de uitzetting van een vreemdeling naar Sierra Leone. De staatssecretaris heeft zich bij het nemen van dit besluit gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst over de medische situatie van de vreemdeling. In de uitspraak van de Centrale Raad staat een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) centraal, waarbij een aanvraag om een WIA-uitkering is afgewezen. Het UWV heeft aan dit besluit een advies van een verzekeringsarts over het arbeidsvermogen van de aanvrager ten grondslag gelegd.

In beide zaken hebben appellanten een beroep gedaan op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015 in de zaak ‘Korošec-Slovenië’. In dit arrest neemt het Europees Hof een schending van artikel 6 EVRM – en meer in het bijzonder: het beginsel van ‘equality of arms’ – aan, omdat (kort gezegd) door de rechter onvoldoende gelegenheid was geboden de juistheid van een door de overheid ingewonnen medisch advies te betwisten. De Afdeling en de Centrale Raad hebben hierin aanleiding gezien het toetsingskader voor de omgang met medische adviezen te preciseren.

Het toetsingskader in het kort

Het kader geeft weer hoe de bestuursrechter toetst of een bestuursorgaan een advies van een medisch deskundige aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft kunnen leggen. Het kader bestaat uit drie stappen.

Stap 1 – de zorgvuldigheid van de besluitvorming

Op grond van artikel 3:2 Awb toetst de bestuursrechter of het bestuursorgaan zich ervan heeft vergewist dat het medische advies zorgvuldig tot stand is gekomen en deugdelijk gemotiveerd, inzichtelijk en consistent is. Alleen als het advies aan deze eisen voldoet, mag het bestuursorgaan het advies aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen.

Stap 2 – equality of arms

De bestuursrechter toetst of tussen partijen evenwicht bestaat met betrekking tot de mogelijkheid bewijsmateriaal aan te dragen. De wederpartij van het bestuursorgaan moet voldoende gelegenheid hebben gehad om de juistheid van het medische advies te betwisten. Als dat nog niet voldoende het geval is geweest, moet de bestuursrechter ervoor zorgen dat die gelegenheid alsnog wordt geboden. De bestuursrechter kan de betrokkene dan bijvoorbeeld de gelegenheid geven om zelf medische gegevens in te brengen of een deskundige in te schakelen.

Stap 3 – de inhoudelijke beoordeling

Tot slot wordt inhoudelijk beoordeeld of er twijfel bestaat over de juistheid van het medische advies waarop het bestuursorgaan zich heeft gebaseerd. Als dat het geval is, kan dat voor de bestuursrechter aanleiding zijn om zelf een deskundige te benoemen. Als de bestuursrechter een verzoek om benoeming van een deskundige afwijst, zal hij moeten motiveren waarom hij op basis van de door partijen ingebrachte medische informatie voldoende in staat is om het tussen hen bestaande geschil te beslechten.

Relevantie voor bestuursorganen

Het toetsingskader is relevant voor alle bestuursorganen die zich bij hun besluitvorming wel eens baseren op medische adviezen. Voor hen is nu op voorhand duidelijk hoe de bestuursrechter zal omgaan met door hen ingewonnen medische adviezen. Zij kunnen hierop anticiperen bij hun besluitvorming. Zo kunnen zij anticiperen op stap 1 van het toetsingskader door in de besluitvormingsfase na te gaan of het medische advies zorgvuldig tot stand is gekomen en duidelijk en consistent is. Als dat niet het geval is, verdient het aanbeveling om aanvullend advies in te winnen. Op stap 2 kunnen zij anticiperen door de betrokkene in de besluitvormingsfase expliciet de mogelijkheid te bieden om op de bevindingen van de medisch deskundige te reageren. Anticipatie op stap 3 zal in veel gevallen pas mogelijk zijn in de beroepsfase. In deze fase kan het bestuursorgaan aan de bestuursrechter aangeven waarom er volgens hem wel of geen noodzaak bestaat om een deskundige te benoemen.

Bronnen:

Share This