Door de financiële crisis heeft het vertrouwen in de financiële sector een flinke deuk opgelopen. Sindsdien is de roep om transparanter toezicht op de financiële sector groot. Met het op 4 september 2017 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet transparant toezicht financiële markten wordt aan deze wens tegemoet gekomen. Met dit wetsvoorstel worden de publicatiebevoegdheden van de financiële toezichthouders AFM en DNB verder verruimd en kunnen de toezichthouders sneller en effectiever informatie over overtreders openbaar maken. Welke nieuwe publicatiebevoegdheden van de AFM en DNB zijn in dit wetsvoorstel opgenomen? En welke bevoegdheid heeft het wetsvoorstel niet gehaald? Op deze vragen zal ik ingaan in deze blog.

Publicatie van sanctiebesluiten

De afgelopen jaren zijn door de wetgever – mede onder invloed van Europese richtlijnen – verschillende stappen gezet om de transparantie van de financiële markten en het toezicht hierop te vergroten. Zo moeten de financiële toezichthouders AFM en DNB sinds 11 augustus 2016 op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) alle onherroepelijke sanctiebesluiten publiceren. Dit zijn niet alleen bestuurlijke boetes, maar bijvoorbeeld ook aanwijzingen en de intrekkingen van vergunningen. In een aantal gevallen dienen sanctiebesluiten zelfs kort na het opleggen daarvan te worden gepubliceerd.

Nieuwe publicatiebevoegdheden

Met het wetsvoorstel Wet transparant toezicht financiële markten wordt beoogd de informatiepositie van het publiek nog verder te verbeteren en het vertrouwen in de financiële sector en het toezicht te verstreken. In dit wetsvoorstel zijn drie belangrijke wijzigingen opgenomen.

Waarschuwing

De voorgestelde wijzigingen maken het mogelijk dat de AFM en DNB een waarschuwing kunnen publiceren voor alle geconstateerde overtredingen van voorschriften of verboden op grond van de Wft als dat nodig is om schade te voorkomen of te beperken. Die bevoegdheid hebben de AFM en DNB op dit moment nog niet voor alle Wft-overtredingen, waardoor het voorkomt dat de AFM en DNB in bepaalde gevallen het publiek niet snel en effectief kunnen waarschuwen, terwijl dat wel gewenst is.

Onverwijlde publicatie

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat de AFM en DNB in spoedgevallen over kunnen gaan tot onverwijlde publicatie van een waarschuwing of een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in reactie op informatie die de overtreder over overtredingen zelf naar buiten brengt. In de praktijk is gebleken dat de toezichthouders onder het huidige publicatieregime tegen situaties aanlopen waarin de overtreder, nog voordat de AFM of DNB een sanctiebesluit openbaar hebben kunnen maken, onjuiste of onvolledige informatie verstrekt ten aanzien van de overtreding en de daarvoor opgelegde sanctie. Het wetsvoorstel maakt het in die gevallen mogelijk dat de AFM en DNB daarop snel en adequaat kunnen reageren.

Kerngegevens

Het wetsvoorstel introduceert een grondslag voor (uitsluitend) DNB om bepaalde kerngegevens openbaar te maken die door banken zelf ook worden gepubliceerd.

Publicatie onderzoeksrapporten

In het wetsvoorstel was aanvankelijk ook nog opgenomen dat de toezichthouders ook onderzoeksrapporten met naam en toenaam zouden kunnen publiceren. Dit onderdeel van het wetsvoorstel stuitte echter op grote bezwaren van de Afdeling advisering van de Raad van State, omdat voor deze vorm van openbaarmaking volgens de Afdeling advisering een wettelijke grondslag ontbrak in de Europese wetgeving. De Afdeling merkte in haar advies op het wetsvoorstel op dat uit de richtlijnen van de EU volgt dat voor zover het gaat om onderzoeksresultaten slechts geaggregeerde informatie bekend mag worden gemaakt, waarbij de informatie niet herleidbaar mag zijn tot individuele instellingen.

Juridische grenzen transparantie

Het advies van de Afdeling advisering laat duidelijk zien aan dat er juridische grenzen zitten aan de wens om steeds transparanter te worden over het toezicht op financiële instellingen. Van het uitgangspunt dat toezichtinformatie vertrouwelijk moet worden behandeld, kan slechts worden afgeweken wanneer daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Nu deze grondslag er voor de publicatie van onderzoeksrapporten met naam en toenaam evident niet is, heeft de minister in het advies van de Afdeling advisering aanleiding gezien om het publiceren van onderzoeksrapporten met naam en toenaam niet langer in het wetsvoorstel op te nemen. Dit onderdeel van het wetsvoorstel is in afwachting van ontwikkelingen in de Europese wetgeving op de lange(re) baan geschoven.

Bronnen:

Share This