De Wet open overheid (Woo) treedt op 1 mei 2022 in werking. Per diezelfde datum wordt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingetrokken. De Woo bevat alleen overgangsrecht voor de openbaarmaking van informatie uit eigen beweging (actieve openbaarmaking; artikelen 10.2 en 10.2a Woo) en voor een aantal specifieke (documenten van) organen (artikelen 10.2b-10.2d Woo).

Wat betekent dat voor Wob-verzoeken die voor 1 mei 2022 zijn ingediend, maar waarop op of na 1 mei 2022 wordt beslist? Hoe zit het met beslissingen op bezwaar en de toetsing door de rechter vanaf 1 mei 2022? En per wanneer gaan de actieve openbaarmakingsplichten gelden? In dit eerste deel van de blogreeks Wet open overheid bespreken wij het overgangsrecht van de Woo en gaan wij op deze vragen in.

Geen overgangsrecht voor openbaarmaking op verzoek

Omdat de Woo niet voorziet in overgangsrecht met betrekking tot de bepalingen over openbaarmaking op verzoek, moeten dergelijke verzoeken vanaf 1 mei 2022 worden behandeld op grond van de Woo (zie in dat verband ook de Aanwijzingen 5.61 en 5.65 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Dat geldt ook voor verzoeken die voor 1 mei 2022 zijn ingediend, maar waarop op of na 1 mei 2022 wordt beslist.

Deelbesluiten
In de praktijk werken bestuursorganen soms met deelbesluiten, bijvoorbeeld als een verzoek betrekking heeft op een grote hoeveelheid documenten. Voorstelbaar is dat een gedeelte van de deelbesluiten voor en een gedeelte daarvan na 1 mei 2022 wordt genomen. Een deelbesluit zal dan voor 1 mei 2022 op grond van de Wob en na 1 mei 2022 op grond van de Woo moeten worden genomen. Wordt een bezwaar tegen deelbesluiten na inwerkingtreding van de Woo behandeld, dan zal ten aanzien van alle deelbesluiten de heroverweging plaatsvinden met inachtneming van de Woo (zie hierna).

Beslissingen op bezwaar
Het ontbreken van overgangsrecht betekent dat een voor 1 mei 2022 genomen besluit op grond van de Wob in bezwaar moet worden heroverwogen op grond van de Woo, indien die heroverweging na 1 mei 2022 plaatsvindt. Voor het maken van bezwaar tegen een Wob-besluit waarop naar alle waarschijnlijkheid na 1 mei 2022 zal worden beslist, verdient het daarom aanbeveling het bezwaarschrift (mede) te baseren op de Woo. Bestuursorganen zouden verzoekers (bezwaarmakers) daarop kunnen wijzen, bijvoorbeeld als vlak voor de inwerkingtreding van de Woo een pro forma bezwaarschrift wordt ingediend en het bestuursorgaan een termijn stelt voor aanvulling van de bezwaargronden. Wordt (toch) een bezwaarschrift ingediend waarbij nog geen rekening is gehouden met de bepalingen uit de Woo, dan zal het bestuursorgaan zelf de vertaalslag moeten maken naar de Woo of de bezwaarmaker in de gelegenheid stellen dit zelf te doen. Dit kan ook aan de orde worden gesteld bij het horen.

Toetsing door de rechter
De bestuursrechter toetst openbaarmakingsbesluiten in beroep in de regel ex tunc, dat wil zeggen: op basis van de feiten en omstandigheden en de stand van het recht op het moment dat het bestreden besluit werd genomen. Dit betekent dat de bestuursrechter beslissingen op bezwaar die voor 1 mei 2022 op grond van de Wob zijn genomen ook na 1 mei 2022 nog aan het bepaalde in de Wob zal toetsen. Vernietigt de bestuursrechter het bestreden besluit, dan zal de nieuwe beslissing op bezwaar wel op grond van de Woo moeten worden genomen.

Aandacht voor toetsingskader Wob-/Woo-besluiten na 1 mei 2022
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het voorgaande inmiddels bevestigd in een uitspraak van 26 april 2022. In deze uitspraak besteedt de Afdeling aandacht aan het toetsingskader voor te nemen besluiten in verband met Wob-verzoeken na 1 mei 2022:

ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1223, r.o. 11:

“Toetsingskader nieuw te nemen besluit

11. Indien een besluit wordt genomen na 1 mei 2022 geldt het volgende. Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (hierna: Woo; Staatsblad 2021, 499), zoals gewijzigd bij de Wijzigingswet Woo (Staatsblad 2021, 500) in werking. Artikel 10.1 van de Woo bepaalt dat de Wet openbaarheid van bestuur wordt ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo onmiddellijke werking heeft en dat met ingang van 1 mei 2022 besluiten op vóór de inwerkingtreding van de Woo ingediende Wob-verzoeken met inachtneming van de bepalingen van de Woo moeten worden genomen. Dat geldt in principe ook voor besluiten op bezwaar of besluiten die worden genomen na een bestuurlijke of judiciële lus.”

Overgangsrecht voor actieve openbaarmaking

In de Woo is de verplichting opgenomen voor bestuursorganen om een aantal categorieën van documenten uit eigen beweging (actief) openbaar te maken (art. 3.3 lid 1 en 2 Woo). De Woo bevat overgangsrecht voor deze verplichting. Deze treedt niet op 1 mei 2022 in werking, maar op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (art. 10.3 lid 2 Woo). Daarbij kunnen voor de verschillende onderdelen van art. 3.3 lid 1 en 2 Woo verschillende tijdstippen worden vastgesteld. Daarnaast is nadere fasering van de inwerkingtreding van deze plicht mogelijk op basis van een tijdelijke ministeriële regeling (art. 10.2 Woo).

Naar verwachting zal vanaf 1 januari 2023 de actieve openbaarmakingsplicht gaan gelden voor de eerste categorieën informatie.

De algemene inspanningsverplichting voor bestuursorganen om informatie actief openbaar te maken (art. 3.1 Woo; vgl. nu art. 8 Wob) treedt wel al per 1 mei 2022 in werking.

Conclusie

De Woo bevat beperkt overgangsrecht. De wet bevat alleen overgangsrechtelijke bepalingen voor de actieve openbaarmakingsplicht (art. 3.3 lid 1 en 2 Woo) en voor specifieke (documenten van) organen. Dat betekent dat alle besluiten op verzoek na 1 mei 2022 moeten worden genomen op grond van de Woo, ook als het verzoek, het primaire besluit en/of het bezwaarschrift is gebaseerd op de Wob. Het is daarom raadzaam voor bestuursorganen en verzoekers nu al rekening te houden met de bepalingen uit de Woo.

Meer lezen over de inwerkingtreding van de Woo?

Lees hier de andere delen uit deze blogreeks:

Share This